Reconstructie van de rol van A. vóór 2006

Deze reconstructie heeft als doel te onderzoeken welke rol A. speelde in en rond mijn gezin vóór haar huwelijk met P. in 2006. De gangbare voorstelling is dat A. pas een rol kreeg nadat zij de partner van P. werd. Op basis van mijn archief betwijfel ik dat. Mijn onderzoeksvraag luidt daarom: welke betrokkenheid had A. bij mijn gezin tussen 1999 en 2006 en welke invloed had zij op gebeurtenissen rond mijn kinderen?

Mijn gezin bestond uit mijzelf, P. en onze kinderen S. en L. Wij zijn 23 jaar bij elkaar geweest. Aan het eind van de jaren negentig leefden wij als gezin ergens anders. Via school en voetbal bestonden contacten met andere gezinnen. S. zat op school met S., de zoon van A. De jongens speelden ook in dezelfde voetbalomgeving. Hierdoor bevonden onze gezinnen zich al vóór de scheiding in dezelfde sociale kring.

Op 6 januari 1999 overleed de echtgenoot van A, vader van haar 2 kinderen. Vanaf dat moment veranderde haar gezinssituatie, kort daarna raakte ze in verwachting van een ander. In dezelfde periode kwamen er spanningen in mijn eigen huwelijk. Rond 2000 verschenen meerdere vrouwen in het leven van P. Uit e-mails blijkt een relatie met Pe. Uit ICQ-gesprekken blijkt een verhouding met C. In dezelfde periode verbleef P. enige tijd buiten het gezin in de Armzaliastraat. Mogelijk is op dit adres in 2000 een relatie ontstaan tussen P. en A. Ik vermoed dat P. zich heeft opgesteld als redder toen man nr.2 van A. uit het leven van zwangere A. verdween. Hoewel deze gebeurtenissen niet rechtstreeks aan A. zijn gekoppeld, vormen zij de achtergrond waartegen mijn onderzoek plaatsvindt. 

Op 1 april 2001 verhuisden wij naar een andere woning. In die periode leek ons huwelijk zich tijdelijk te herstellen. Doch er speelde iets waar ik niet de vinger op kon leggen. De lucht was dik. Tegelijkertijd bleven de contacten via school en voetbal bestaan. A. bleef daardoor onderdeel van dezelfde sociale omgeving als mijn gezin. Ook Al., een vriendin van A., kwam in deze periode regelmatig voor in gebeurtenissen die later voor mij een belangrijke aanwijzing zouden worden. Achteraf vraag ik mij af in hoeverre deze contacten meer betekenis hadden dan destijds zichtbaar was.

In 2002 begon de echtscheidingsbemiddeling. In mijn aantekeningen uit deze periode komen steeds vaker namen voor van mensen uit de omgeving van school, voetbal en familie. Mijn indruk is dat de invloed van buitenstaanders op mijn gezin toenam. Op dat moment beschik ik nog niet over documenten waaruit blijkt dat A. rechtstreeks betrokken was bij procedures of beslissingen, maar zij maakte wel deel uit van het netwerk waarin deze ontwikkelingen plaatsvonden.

Na de scheiding in 2003 verhuisde ik met S. en L. naar mijn geboortestad Groningen. P. verhuisde mee naar het noorden en kreeg na 2 maanden een relatie met M, Ik kreeg de indruk dat M. mijn positie als moeder wilde marginaliseren.. Zij stortte zich meteen op onze kinderen. Vanaf 2004 ontstonden procedures rond de kinderen, omgangsregelingen en Jeugdzorg, ingezet door M. Mijn onderzoek richt zich op de vraag wanneer A. binnen deze ontwikkelingen zichtbaar wordt.

In 2005 verschijnt A. aantoonbaar in mijn archief. Haar naam komt voor in kinderontvoeringen, correspondentie en communicatie rond de kinderen. Daarmee is vast te stellen dat zij vóór het huwelijk met P. al een rol speelde in de omgeving van de kinderen. Voor mij is dit een belangrijk gegeven, omdat de gezinnen elkaar op dat moment al jarenlang kenden via school en voetbal. 

Plotseling in 2005 verhuist P. terug naar onze voormalige woonplaats. Op 1 juni 2006 trouwden P. en A. Ik wist van niks. Mijn kinderen kwamen thuis met ordinaire kleren (de smaak van A.) die ze die dag moesten dragen. Mijn onderzoek gaat ervan uit dat dit niet het begin van haar betrokkenheid was, maar het formele moment waarop een ontwikkeling zichtbaar werd die mogelijk al jaren eerder was begonnen. De vraag die nog beantwoord moet worden, is wanneer die betrokkenheid precies begon en hoe groot die invloed in de jaren vóór hun huwelijk is geweest.

De voorlopige conclusie van deze reconstructie is dat A. niet pas in 2006 in beeld kwam. Zij maakte al vanaf het einde van de jaren negentig deel uit van dezelfde sociale omgeving als mijn gezin. De gezinnen waren via school en voetbal met elkaar verbonden. Vanaf 2005 is haar betrokkenheid aantoonbaar aanwezig in documenten rond de kinderen. Nader onderzoek van correspondentie, foto’s, schoolactiviteiten, voetbalactiviteiten en andere archiefstukken moet duidelijk maken welke rol zij tussen 1999 en 2005 daadwerkelijk heeft gespeeld.

In dezelfde periode speelden ook familieleden van P. een steeds grotere rol in mijn leven en in het leven van mijn kinderen. Met name zijn zussen waren regelmatig aanwezig bij gebeurtenissen rond het gezin. Uit mijn aantekeningen blijkt dat zij zich bezighielden met zaken die betrekking hadden op de kinderen, de boot, vakanties en gezondheidsbeslissingen. Achteraf ervaar ik dit als een situatie waarin steeds meer mensen invloed kregen op mijn gezin, terwijl mijn eigen invloed als moeder juist afnam. Mijn onderzoek beperkt zich daarom niet tot A., maar richt zich ook op de vraag welke rol familieleden van P. speelden in de ontwikkelingen die uiteindelijk leidden tot de verwijdering tussen mij en mijn kinderen.

Na 2004 verschuift het dossier steeds meer van een echtscheiding naar een strijd rond om de kinderen. Nieuwe partners, familieleden, hulpverleners, advocaten en instanties werden door buitenstaanders ingezet bij beslissingen over verblijf, omgang en opvoeding. Mijn hypothese is dat deze groeiende groep buitenstaanders een belangrijke invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de gebeurtenissen.

Op 1 juni 2006 trouwden P. en A. Rond die tijd brak de hel pas echt los, ik was nog aan het bijkomen van M. A. zette evenals M. haar zinnen op mijn kinderen. Kort daarna vond voor mij de meest ingrijpende gebeurtenis van het hele dossier plaats. Op 14 juli 2006 verhuisde mijn zoon S. naar P. en A. Achter mijn rug om, op MSN en binnen gesmokkelde telefoons, zetten zij de kinderen onder druk om bij hen te komen wonen. Volgens mijn dossier gebeurde dit zonder overleg met mij. Vanaf dat moment veranderde mijn relatie met mijn zoon ingrijpend. Mijn onderzoek richt zich daarom niet alleen op de vraag welke rol A. vóór 2006 speelde, maar ook op de vraag hoe de betrokkenheid van buitenstaanders heeft bijgedragen aan de uiteindelijke verwijdering tussen mij en mijn zoon.

Na de verhuizing van S. volgde een periode van juridische conflicten, financiële geschillen, alimentatiewanbetaling, deurwaarderszaken en intimidatie. In september 2006 ( 2 maanden na de verhuizing van S.) noteerde ik intimidatie door een ingehuurde commando die mij beval afstand te nemen van mijn zoon. Ik deed hiervan melding bij de politie. Deze gebeurtenissen vormen voor mij het begin van een periode die ik ervaar als intieme terreur: een langdurige situatie waarin ik geleidelijk mijn positie als moeder zag afnemen terwijl steeds meer buitenstaanders invloed kregen op het leven van mijn kinderen.

Wanneer ik terugkijk op de afschuwelijke jaren na mijn scheiding, begrijp ik hoe zoveel invloed kon ontstaan buiten het oorspronkelijke gezin. Wat ik onvoorstelbaar vind, is hoe mensen die geen ouder van mijn kinderen waren uiteindelijk zoveel invloed kregen op hun leven door een wig tussen ouders te drijven.

Ik zag nieuwe partners en familieleden steeds nadrukkelijker betrokken raken bij beslissingen over mijn kinderen. Tegelijkertijd nam mijn eigen invloed als moeder af. Ik zie het hele gebeuren ook echt als kinderroof in slowmotion. Achteraf voelt het alsof steeds meer volwassenen zich met mijn kinderen bezighielden, terwijl steeds minder mensen zich afvroegen wat al die bemoeienis met hen deed.

Mijn grootste verwijt richt zich daarom niet op die kinderoofsters/ hyena’s/ buitenstaanders, maar op de vader van mijn kinderen. Hij had grenzen moeten stellen en de belangen van de kinderen voorop moeten zetten. In plaats daarvan kregen steeds meer mensen toegang tot zaken die volgens mij tussen ouders hadden moeten blijven. 

Wat mij nog steeds boos maakt, is dat de gevolgen uiteindelijk niet terechtkwamen bij de volwassenen die keuzes maakten, maar bij de kinderen. Zij moesten leven met verhuizingen, conflicten, procedures, loyaliteitsproblemen en voortdurende spanningen tussen volwassenen. Het was verwoestend voor hun tienertijd en middelbare school periode.  

Voor mij heeft deze periode ten tijde van A. niet alleen mijn huwelijk beëindigd. Zij heeft ook de relatie met mijn zoon blijvend beschadigd. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat bepaalde volwassenen actief hebben bijgedragen aan de verwijdering tussen moeder en zoon. Daarbij denk ik met name aan A., die naar mijn mening een veel grotere invloed heeft gehad op de gebeurtenissen dan algemeen wordt aangenomen.

Mijn onderzoek richt zich daarom niet alleen op de vraag wanneer A. in beeld kwam, maar ook op de vraag welke invloed zij heeft gehad op de relatie tussen mij en mijn kinderen. Dat is voor mij geen historische detailkwestie. Het raakt de kern van wat ik in deze jaren ben kwijtgeraakt.

Zwakke vaders geven bemoeizieke vrouwen vleugels. Het zijn jaloerse vrouwen die vaderrechten misbruiken om zich gezonde zonen van succesvolle moeders toe te eigenen. Moeders betalen de prijs van kinderroof met hun lichaam. Ik heb een diep wantrouwen ontwikkeld naar gescheiden vaders icm stiefmoeders. 

☕ Waardeer je mijn reis- en moekeglow blogs?

Een bijdrage voor webhosting of koffie onderweg is welkom.

G.J. Kramer • NL30INGB0007284374

Scroll naar boven