Girtje

Mijn vader noemt me Girtje. Niet Geertje in twee lettergrepen. Eén haal. Het klinkt als Gggtjsss. De g schraapt en blijft hangen. Korte i. De r slikt hij in. Tong tegen de tanden, s die nagaat. [ˈχɪtsː]

Mijn moeder zei vaak Hee Gee. Dan wist ik dat er iets leuks kwam. Iets samenzweerderigs.

Mijn vader verzon mijn geboortenamen Gea Janet, naar oma Geertje en oma Jantje. Warffum en Garnwerd in één naam.

Met hem praat ik plat Gronings. Met mijn moeder praatte ik stadjerders. 

Oma Geertje, Warffum

Oma Geertje kwam uit Warffum. In de schuur bakte ze vis. Die vis kwam aan land bij Noordpolderzijl. Haar vader was vishandelaar.

Haar moeder was Diektje, van Zuidbroek naar Warffum. Zij liep met een kiep, volgens de overlevering. Op papier dagloonster, misschien koopvrouw. Iemand heeft haar nog gekend.

Diektje’s moeder heette Almina. Daarachter weer een Diektje.

Geertje, Diektje, Almina, Diektje. Werkende vrouwen, kooplieden.

Oma Jantje, Garnwerd

Oma Jantje werd geboren in Garnwerd. In het stokrozenstraatje.

Haar moeder was Roelfke uit Ezinge.
Roelfke’s moeder was Jantje uit Oostum.
Daarvoor Roelfke van Tolbert.

Jantje, Roelfke, Jantje, Roelfke. Dienstmeiden en arbeidsters op boerderijen. Ik ben de Janet van die namen.

Wat erbij kwam

Mijn moeder Luida heette naar haar opa Luitje. Landarbeider, Bedum naar Warffum. Hij trouwde Hiektje.

Achter Hiektje: Goutjen van Zeewijk. Haar volk woonde op Lutje Zeewijk. De boerderij is er nog steeds, naast Groot Zeewijk. Een huiswierde in de Noordpolder, van voor de waddendijk. Als kind fietste ik op oma’s fiets naar Lutje Zeewijk. Ik wist niet waarom. Het trok. Ik was te ver van huis voor mijn leeftijd.

Achter Luitje: Vliedorp. Olle Weem is hun kerkhof.

Lopen

Dagloner, dienstmeid, kiep, vis. Twee oma’s.

Nu loop ik de routes van mijn voormoeders. Alsof ik first-person door hun map loop. Ik voel me goed in het gebied.

Gea Kramer, Groningen

Gea Kramer in het Groninger land, maart 2026
Gea Kramer. Groningen, op weg naar het land van Girtje.
Scroll naar boven