Aan P. en A.
Twintig jaar hebben jullie gebouwd aan een leugen.
Jullie presenteren jezelf als het ideale biologische gezin, terwijl dat gezin is gebouwd op de afbraak van het mijne. Op de verwijdering van een moeder uit het leven van haar zoon. Op het kapotmaken van de band tussen broer en zus. Op een werkelijkheid die voor de buitenwereld zorgvuldig is opgepoetst.
P., een vader hoort zijn kinderen te beschermen. Jij deed het tegenovergestelde. Je liet mijn zoon steeds verder van mij verwijderen en maakte daar nooit een einde aan. Je koos niet voor je eigen gezin, maar voor kinderen van andere vaders. Gezien de keuzes die je eerder in je leven hebt gemaakt, zou het me niet verbazen als je opnieuw andermans kinderen gaat grootbrengen, zodra je pensioen ingaat.
A., jij nam een moederrol die nooit van jou was. Niet door mij te ontmoeten of te respecteren, maar door mij uit het verhaal te laten verdwijnen. Dat is toe-eigening.
Na twintig jaar spelen jullie nog steeds hetzelfde toneelstuk. Binnen jullie politieke partij en vrijetijdsclub wordt het beeld in stand gehouden van een biologisch gezin. Maar achter dat decor staat nog altijd een moeder die haar zoon kwijt is.
Jullie verhaal gaat over onze rug.
Ik ben de moeder van S. Dat ben ik altijd geweest en dat zal ik altijd blijven. Die werkelijkheid verdwijnt niet omdat jullie haar hebben genegeerd.
Ik heb twintig jaar gehad om naar jullie daden te kijken. Daar trek ik mijn conclusies uit.