Wij waren een mooi gezin

Wij waren een mooi gezin.
We hadden alles opgebouwd.
Een vrijstaand huis met tuin rondom.
Een zeilboot.
Afbetaalde studies.
Goede banen.
Twee prachtige kinderen: een zoon en een dochter.
Blond. Blauwogig.
Een echt koningskoppeltje.

Ik dacht dat de wereld ons dat gunde.

Ik had het mis.

Jaloezie van andere vrouwen

De ellende begon toen ons geluk jaloezie opriep.
Andere vrouwen boden mijn man openlijk seks aan.

Kinderroofsters slepen kinderen niet aan hun benen het huis uit.
Ze winnen de vader voor hun team.
Ze wilden mijn plek.
En ze kwamen van alle kanten.

De overbuurvrouw

Een overbuurvrouw zat regelmatig halfnaakt op het bankje voor haar huis.
Ze poseerde verleidelijk.
Mijn man kon haar goed zien.

Ze droeg een T-shirt met twee handafdrukken op haar borsten.

Op een avond kwam ze bij ons slapen.
Haar eigen vriend had haar geslagen.
Waarom uitgerekend bij ons?
Natuurlijk om onder één dak te zijn met mijn man.

Mijn man ging ook ’s nachts naar haar.
Wij dachten dat hij nachtdienst had.

Op de verjaardag van mijn dochter speelde ik poppenkast in de keuken.
Zij zat in het publiek.
Naast mijn man.

Bij het circus werd haar zoon opeens ziek.
Iedereen moest naar huis.
Onze eigen kinderen betaalden de prijs.

Op een nacht kwam iemand mijn man ophalen.
Hij moest een beachparty “bewaken”.
Zij lag daar al te wachten.

Iedereen wist het.
Behalve de kinderen en ik.

Later kwam het einde van haar eigen relatie.
Haar vriend hing zich op in de schuur.
Een buurmeisje vond hem.

Wij gingen verhuizen.
Ik wist nog steeds van niks.

Gea Kramer, Groningen

Scroll naar boven