Zorg voor anderen, een lekkend dakraam thuis

Onze dochter lag onder een lekkend dakraam te slapen. Haar vader stond ondertussen een kozijn te maken voor het kind van de overbuurvrouw. Voor mij, Gea Kramer, vat dat beeld alles samen wat ik thuis miste. Voor een ander kind ging hij aan het werk. Zijn eigen dochter lag onder het lek.

Het patroon van zorg voor anderen

Daar zit het hele patroon in. Altijd druk met een ander. Andere moeders helpen, andere kinderen vooruithelpen, terwijl zijn eigen gezin verwaarloosd werd. Ik zag het gebeuren en begreep niet waarom wij telkens moesten wachten. We woonden in een bouwval. Het voelde als een gijzeling: zo min mogelijk aandacht, net genoeg om ons vast te houden.

Ik zal dat nooit begrijpen. Onze dochter had zijn aandacht nodig, daar in haar eigen bed, onder dat lekkende raam. Dat was geen abstracte discussie over verantwoordelijkheid. Dat was zijn kind, in zijn eigen huis.

Dat kozijn is me bijgebleven omdat het verschil zo genadeloos zichtbaar was. Hij kon iets maken, iets herstellen, zijn handen gebruiken om een ander te helpen. Ondertussen bleef boven onze dochter het dakraam lekken. Zijn zogenaamde zorg kreeg daardoor een wrange, bittere smaak.

Wat zijn eigen gezin miste

Uiteindelijk ging hij andermans dochter grootbrengen. Mijn ervaring is simpel: hij liet zijn eigen dochter vallen. Hij bouwde aan een ander gezin terwijl zijn eigen kinderen zijn aandacht nodig hadden. Van hem verwacht ik geen antwoord meer. De emotionele intelligentie ontbreekt.

Ik blijf benoemen wat ik heb meegemaakt. Zijn zorg voor andermans kinderen wist mijn ervaring niet uit. Ik zag wat hij voor anderen deed en wat wij thuis misten. Dat verschil laat zich niet wegpoetsen met het romantische beeld van de zorgzame stiefvader.

Familie betekent voor mij dat je verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen die van jou zijn. Ook als je liever vooruitkijkt dan terugkijkt naar de puinhoop die je achterliet.

Als je niet aan tafel zit, sta je op het menu

Met mijn zoon lukt het ook niet om hierover te praten. Ik heb het vermoeden dat hij wél met anderen over mij praat, maar niet mét mij. Dan mogen anderen hun verhaal doen terwijl ik geen weerwoord krijg. Dat maakt me woedend én verdrietig.

Ik wil zelf kunnen zeggen wat ik heb meegemaakt. Ik wil vragen beantwoorden en leugens of verdraaiingen tegenspreken. Mijn leven is geen onderwerp waarover iedereen mag meepraten behalve ikzelf. Ik ben degene die dit heeft ondergaan.

Van mijn zoon had ik meer verwacht. Bij hem herken ik hetzelfde pijnlijke patroon: eerst alle anderen, terwijl ik hem niet bereik. Hij beschermt juist de mensen die tegenover mij staan. Ook mijn verhaal verdient het om gehoord te worden. Ik ben zijn moeder. Ik heb een eigen stem.

Ik stuurde hem eens een kaart van zijn favoriete game. Hij was er boos over. Daarom stuurde ik daarna super goedkope cadeautjes voor mijn kleindochters. Het ging mij om het gebaar. Ik weet vrijwel zeker dat hij ze in de prullenbak gooit.
Voor mij zit er niets anders op dan mijn verhaal openbaar te schrijven. Nogmaals: als je niet mee mag doen aan tafel, is dit het resultaat.

Mijn armen blijven open

Ik houd van mijn zoon, maar ik ben ook boos op hem. Die twee bestaan naast elkaar. Dat betekent níet dat ik mijn woorden inslik om zijn keuzes te sparen.

Soms vermoed ik dat macht en controle meespelen. Erkenning van mijn verhaal betekent gezichtsverlies buitenshuis. Zeker weten doe ik dat niet. Ik weet wél wat het met mij doet om mijn verhaal niet bij hem binnen te krijgen.

Ik verlang naar een gesprek waarin ook míjn woorden mogen bestaan. Waarin ik kan vertellen wat ik zag en wat dat met mij deed. Ik schrijf vanuit mijn eigen ervaring en herinneringen. Hun zwijgen maakt mijn ervaring niet ongedaan.

Gea Kramer, Groningen.

Een bijdrage voor webhosting en koffie onderweg is welkom.

G.J. Kramer Groningen • NL30 INGB 0007 2843 74

Scroll naar boven