Biologisch moederschap wordt afgepakt via de stiefmoeder
Ik ben voorstander van biologisch moederschap. Tegenstander van alles wat de moeder wegbeukt. Wil je een kind? Pak dan de moeder erbij. Ik ben Gea Kramer. Mijn zoon hoort bij mij. Ik mis hem elke dag.
De moeder maakt het kind. Daarna schuift de macht
Het moederschap wordt afgepakt. Niet in één klap. Via een weg die liefde heet. In meer dan zestig jaar zie ik hetzelfde patroon. Onder het mom van inclusie en nieuwe gezinsvormen wordt de vrouw die baarde een draagster. Daarna is zij weg.
Het kind komt uit haar lichaam, haar baring, haar eerste band. Zodra het er is, lopen rechten via de juridische vader. Dan naar de stiefmoeder, naar familie van vaders kant, naar vrouwen die denken recht te hebben op wat zij heeft voortgebracht. Vroeger de non. Toen de maatschappelijk werker. Nu de vader met omgang. Daarna staat de stiefmoeder bij het kind. Niet ernaast. In plaats van de moeder.
Via omgang komt het kind in een ander huis. Daar heet de vrouw die later kwam ouder, en de vrouw die baarde wordt een bezoekregeling.
Wat blijft er over van de moeder?
Gemis. Een bijrol. Of niets. Stiefmoederschap wordt verkocht als warm en zorgzaam. Zolang de biologische moeder zichtbaar blijft, blijft zichtbaar wie het kind maakte. Dus moet zij naar de rand: lastig, instabiel, weg.
Sommige moeders slikken die bijrol, uit wanhoop, beter iets dan niets. Dat normaliseert dat zij vervangbaar is. Een halve eeuw wet. Daarom herkennen veel moeders het niet. Ik heb het ondergaan. Demonisering. Bedreiging. De overheid hielp niet. Vaders zouden hun gezin moeten beschermen. Via hen krijgt de stiefmoeder toegang. Dat heet liefde. Het is de achterdeur.
Mijn zoon
Hij koos op zijn zestiende. Hij ging. Dat voelde als verraad. Ik kan hem dat vergeven. Hij was zestien. Een jongen in een strijd die hij niet had gemaakt. Twintig jaar kerst zonder de vrouw die hem baarde. Vierhonderd kilometer. De lege plek blijft van mij.
Hij hoort bij het grijze noorden waar ik vandaan kom. Bleekroze huid. Grijze ogen. Weinig zon. Eén met de horizon. Moeders dragen cultuur over. Die lijn wacht op hem. Ik hou van hem. Ik blijf zijn moeder. De deur is open. De armen ook.
Gea Kramer, Groningen